Van alles wat

21 februari 2026 - Santana, Sao Tomé en Principe

21 februari. We zijn precies een week hier, hebben vandaag geen programma, behalve relaxen aan het strand en in zee. Dus tijd en rust om wat terug te kijken.

Het is bijzonder om in een land te zijn waar nog zoveel van het kolonialisme te zien is. Apart genoeg wordt er door veel gidsen niet of nauwelijks over slavernij gepraat. Gisteren op Monte Café was een uitzondering, maar ook toen werd het heel neutraal benoemd. Het systeem werd in 1876 afgeschaft, maar tot in de jaren '50 van de 20e eeuw, bleef de praktijk met zwaar onderbetaalde contractarbeiders, die feitelijk gevangen zaten op de plantages, bestaan. Gevolg: een opstand in 1953, eindigend in een massaslachting door het leger. Niet dat het daarna veel beter werd.  De koloniale gebouwen, die vaak (niet altijd) zwaar verwaarloosd zijn, zijn nog volop te zien. In steden, dorpen en als plantagewoning. Het komt misschien door de foto's, die we gisteren zagen; die maakten het verhaal ineens tot werkelijkheid. Ook al houd ik van de sfeer van die gebouwen, ik kijk er nu toch iets anders naar.

De mensen die we hier tegenkomen zijn vooral aardig, maar ook afwachtend, gereserveerd. Zodra je (via de gids,  want anders lukt het niet) in gesprek komt, blijken ze vriendelijk, maar het contact komt in eerste instantie van onze kant. Op een keer was er een visser netten aan het boeten, die een armgebaar maakte, dat zei kom eens even hier kijken. Dat gebeurt heel zelden. Je wordt op straat, of markt eigenlijk nooit lastig gevallen. Er is één flink probleem: niemand spreekt Engels. De mensen die dat wel doen zijn bijna altijd onverstaanbaar. We hebben redelijk wat gidsen gehad, waarbij we moesten kiezen: ofwel in elke zin 3 a 4x vragen wat hij bedoelde, of doen alsof we het begrepen. Kiezen uit 2 kwaden. Heel wat mensen willen niet gefotografeerd worden, soms is dat niet duidelijk: wordt er geschud met het hoofd, loop je weg en word je teruggeroepen. Je zou toch een foto maken?. Gebarentaal uiteraard. De huizen van de mensen: ik vertelde al van de slaven"huisjes" die nog steeds bewoond worden. Het enige voordeel: ze zijn stevig, want ze staan er al meer dan een eeuw. Dat kun je van de overige krotten niet zeggen. Meestal gebouwd van  golfplaten, maar ook van planken met flinke kieren. De twee vissersdorpjes die we bezochten waren een voorbeeld van totale armoe. Wat we allebei niet snappen is de was die op de weg te drogen wordt gelegd. Maar ook op de heg. Op een drukke markt in de hoofdstad kon je kleding kopen. Die lag in bergen op de grond (ik bedoel echt op aarde, waarop trouwens ook veel straathonden rondrennen en hun behoefte doen). Alle soorten kleren door elkaar. Graaien maar. Er was een man die uit zo'n berg een klein meisjesslipje pakte. Het was in ieder geval na heel veel wasbeurten nog wel een soort roze. Hij ging het met harde stem aanprijzen denk ik en liet het boven zijn hoofd aan iedereen om hem heen zien. Misschien was het de dorpsgek? Maar niemand lachte.

En dan de natuur en het landschap: overweldigend en prachtig. Vooral op Principe. Sao Tomé zelf is dichter bevolkt. Het echte ongerepte gebied gaan we de komende dagen zien. Waarbij we - is de bedoeling- ook op de evenaar zelf gaan staan. Morgen naar Roça Sao Joao Angolares. Heeft vast met Angolese slaven te maken denk ik. Weer een klein stukje zuidelijker

2 Reacties

  1. Han:
    22 februari 2026
    Mooie foto's zeg. De armoede goed zichtbaar. Een gemiddeld inkomen van 4 dollar per dag las ik. Dat is te zien.
  2. Jantje:
    22 februari 2026
    Mooi verhaal vol verwondering over de gwoontes. Prachtige fotos, vooral de koffieplanten deden me goed.